Ontwikkeling Schelde-estuarium


Begrippenlijst


 
Veelgebruikte begrippen
 
 
 
 
Actualisatie van het Sigmaplan:
het bestaande Vlaamse Sigmaplan wordt momenteel herzien omdat het huidige en toekomstige veiligheidsniveau tegen overstromingen rond de Zeeschelde onvoldoende is. De actualisatie van het Sigmaplan wordt in de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium geïntegreerd.
 
Adviserend Overleg Schelde:
adviesgroep waarin ambtenaren van opdrachtgevende overheden zijn vertegenwoordigd. Zij adviseren de Technische Scheldecommissie.
 
Afwegingskader:
een set criteria, die zullen worden gehanteerd bij de keuze uit de verschillende alternatieven.
 
Begeleidingskoepel:
een orgaan dat het S-MER en de MKBA op hoofdlijnen begeleidt, samengesteld uit medewerkers van overheden, wetenschappelijke instituten en belanghebbenden.
 
Beneden-Zeeschelde:
de Schelde tussen de Rupelmonding en de Belgisch-Nederlandse grens.
 
Boven-Zeeschelde:
de Schelde tussen Gent en de Rupelmonding.
 
Estuarien systeem:
het geheel van structuren (zandplaten, schorren, geulen) en processen (fysisch, chemisch en biologisch) dat door het getij wordt beïnvloed van de rivier tot in de zee.
 
Estuarium:
overgangsgebied tussen rivier en zee.
 
Europese Vogel- en Habitatrichtlijn:
Europese richtlijnen uit 1979 (vogel) en 1992 (Habitat), die zich richten op bescherming van gebieden die vanuit het behoud van vogels en bepaalde leefgebieden van andere plant- en diersoorten een bijzondere status hebben gekregen.
 
Europese Kaderrichtlijn Water:
een Europese richtlijn uit 2000. De Kaderrichtlijn richt zich op de bescherming van alle wateren en stelt zich ten doel dat alle Europese wateren in 2015 een ‘goede toestand’ hebben bereikt en dat er binnen heel Europa duurzaam wordt omgegaan met water. Alle Europese landen moeten uitvoering geven aan de bepalingen uit de richtlijn.
 
Externe veiligheidsrisico’s:
risico’s als gevolg van ongevallen die kunnen plaatsvinden tijdens productie, opslag, verwerking en transport van gevaarlijke stoffen, en in verband met de luchtvaart.
 
Getijonafhankelijke vaart:
vaart, waarbij schepen op elk moment van de dag en onafhankelijk van het getij kunnen varen.
 
Geulen:
dieper gelegen zones tussen slikken en platen waarin water blijft staan bij laagwater.
 
GLLWS:
Gemiddeld laag laag water spring, een referentieniveau.
 
Habitat:
natuurlijk woongebied van een organisme of een levensgemeenschap.
 
Habitattypen:
indeling in soort woongebieden van organismen of levensgemeenschappen.
 
Kennisgeving (oftewel Startnotitie):
document bij de start van de m.e.r.-procedure waarin vermeld wordt welke projecten en maatregelen worden onderzocht en waarin wordt aangegeven welke (milieu)effecten worden onderzocht.
 
Kielspeling:
Benodigde ruimte tussen kiel van een schip en de bodem om allerlei bewegingen van het schip door golven op te kunnen vangen.
 
Kinderkamerfunctie:
potentieel beschikbare opgroeigebieden voor larven van schelpdieren, jonge vis en jonge garnaal.
 
Klimaatverandering:
verandering van het klimaat die door wetenschappers wordt voorspeld als gevolg van het broeikaseffect.
 
Langetermijnvisie Schelde-estuarium:
In 2001 politiek vastgesteld document van de Vlaamse en Nederlandse regering waarin het streefbeeld voor 2030 vastgelegd is. De onderdelen zijn: instandhouden van de fysieke systeemkenmerken van het estuarium, maximale bescherming tegen overstromingen, optimale toegankelijkheid voor de Scheldehavens en een gezond en dynamisch ecosysteem.
 
Maatschappelijke kosten-batenanalyses:
is een economisch rendementsanalyse waarin een overzicht wordt gegeven van de toekomstige positieve (baten) en negatieve (kosten) effecten van een maatregel of een project in vergelijking tot de situatie dat de maatregel of het project niet wordt uitgevoerd.
 
Mitigatie- en compensatiemaatregelen:
Maatregelen die genomen worden om de schadelijke effecten van een ingreep te verzachten (migeren) of als deze effecten onvermijdelijk zijn, te compenseren door vergelijkbare natuur op andere plaatsen terug te brengen.
 
Mondingsgebied:
de Schelde zeewaarts Vlissingen.
 
Morfologie:
'vormleer', in dit geval van de bodem van de Schelde. De vorm van de bodem en de veranderingen daarin, bijvoorbeeld door waterbeweging en transport van sediment.
 
Natuurontwikkelingsplan:
plan om het natuurlijk functioneren van de Schelde te verbeteren (onderdeel van de Ontwikkelingsschets).
 
Ontwikkelingsschets:
de schets met daarin een samenhangend pakket van maatregelen en projecten voor de ontwikkeling van het Schelde-estuarium op korte en middellange termijn (2010).
 
Overleg Adviserende Partijen:
adviesgroep waarin stakeholders zijn vertegenwoordigd (havenbesturen, waterschappen, gemeenten en provincies, natuurbeschermingorganisaties, milieuorganisaties en de landbouw). Zij adviseren de bewindslieden.
 
Overschelde:
een eventueel aan te leggen verbinding tussen de Westerschelde en Oosterschelde, die onder normale omstandigheden afgesloten is met een beweegbare waterkering en bij stormvloed water van de Westerschelde naar de Oosterschelde doorlaat.
 
Piekdebiet:
maximale (rivier)afvoer per tijdseenheid (in m³ per seconde).
 
Platen:
verhoogde zones in het midden van een estuarium die overstromen bij hoogtij.
 
Probleemstelling:
document waarin problemen worden benoemd, waarvoor de te onderzoeken maatregelen en projecten als oplossing moeten dienen.
 
Rijksprojectenprocedure:
een procedure waarmee de besluitvorming over ruimtelijke investeringsprojecten van nationaal belang wordt gestroomlijnd, gecoördineerd en daarmee versneld. De projecten worden uitgevoerd onder regie en verantwoordelijkheid van het Rijk (wet van 20 november 2003).
 
Schelde-estuarium:
deel van de Schelde onder invloed van het getij, bestaande uit de Boven- en Beneden-Zeeschelde, de Westerschelde en het mondingsgebied.
 
Scheldehavens:
Antwerpen, Gent, Vlissingen, Terneuzen en Zeebrugge.
 
Schorren:
hoger gelegen, begroeide gedeelte van de oevers van een tijrivier die afhankelijk van de hoogte, dagelijks tot enkele malen per jaar worden overspoeld.
 
Vlaams Sigmaplan:
plan opgemaakt voor de bescherming van het Zeescheldebekken tegen overstromingen n.a.v. overstromingsramp van 1976. Het Sigmaplan wordt momenteel herzien omdat het huidige en toekomstige veiligheidsniveau tegen overstromingen rond de Zeeschelde onvoldoende is. De actualisatie van het Sigmaplan wordt in de Ontwikkelingsschets 2010 Schelde-estuarium geïntegreerd.
 
Slikken:
het gedeelte van de oever van een tijrivier dat bij vrijwel elk hoogwater overstroomt.
 
Specie:
materiaal dat vrijkomt bij baggeren.
 
Stakeholders:
belanghebbende partijen.
 
Stormvloed:
natuurverschijnsel dat optreedt wanneer vloed samenkomt met hevige wind die de vloed nog versterkt.
 
Stormvloedkering:
constructie op tijrivier of monding estuarium die wordt gesloten bij stormvloed en zo het bovenstrooms gedeelte tijdelijk afsluit van de getijdenwerking.
 
Strategisch milieueffectenrapport:
rapport met daarin een beschrijving op hoofdlijnen van de belangrijkste milieueffecten van een geselecteerd aantal maatregelen en projecten.
 
Technische Scheldecommissie (TSC):
is het ambtelijk overleg tussen Vlaanderen en Nederland over alle technische aangelegenheden van het Schelde-estuarium. De Technische Scheldecommissie functioneert in haar huidige samenstelling als voorportaal voor het overleg tussen de bewindslieden van Vlaanderen en Nederland en bereidt de besluitvorming van dit overleg voor. De bewindslieden zijn voor Nederland de Minister en Staatssecretaris voor Verkeer en Waterstaat en voor Vlaanderen is dit de Minister van Mobiliteit, Openbare Werken en Energie.
 
Tijrivier:
rivier waarin de waterstand wordt bepaald door de getijden.
 
Tracéwet-procedure:
Wet van 16 september 1993, houdende regels voor de besluitvorming met betrekking tot de aanleg of wijziging van hoofdwegen, van landelijke railwegen en van hoofdvaarwegen.
 
Westerschelde:
de Schelde van de Belgisch-Nederlandse grens tot Vlissingen.
 
Zeespiegelstijging:
stijging van de zeespiegel als gevolg van de klimaatverandering.